Woordenlijst boekhouden
Korte uitleg van veelgebruikte boekhoud- en belastingbegrippen.
A
- Afschrijving
- Het spreiden van de kosten van een duurzaam bedrijfsmiddel (zoals een laptop of auto) over de jaren dat je het gebruikt.
- Aftrekpost
- Een kostenpost die je van je winst of belastbare inkomen mag aftrekken, zoals zakelijke kosten.
B
- Balans
- Overzicht op één moment van wat het bedrijf bezit (activa) en welke schulden en eigen vermogen daar tegenover staan.
- Bankkoppeling
- Een koppeling tussen je bank en je boekhoudsoftware, zodat transacties automatisch worden ingelezen en gematcht met facturen.
- Bewaarplicht
- Je moet je administratie en bonnen 7 jaar bewaren (voor onroerend goed 10 jaar). Digitaal bewaren mag.
- Boekhouding
- Het vastleggen van alle zakelijke inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden. Je bent wettelijk verplicht dit zeven jaar te bewaren.
- Btw (omzetbelasting)
- Belasting over de toegevoegde waarde. Je rekent btw aan klanten door en draagt deze, na aftrek van de btw op je inkopen, af aan de Belastingdienst. De tarieven zijn 21%, 9% en 0%.
- Btw-aangifte
- Periodieke opgave (meestal per kwartaal) van de btw die je hebt ontvangen en betaald. Het verschil betaal je of krijg je terug.
- Btw-nummer
- Het nummer waaronder je bij de Belastingdienst bekend bent voor de btw. Het staat op je facturen en begint met NL, eindigt op B01.
- Btw-verlegging
- Bij sommige diensten (en binnen de EU) betaalt niet de leverancier maar de afnemer de btw via zijn eigen aangifte.
C
- Crediteur
- Iemand aan wie jij nog geld verschuldigd bent, zoals een leverancier.
- Creditfactuur
- Een factuur die een eerdere factuur geheel of deels corrigeert of terugdraait, bijvoorbeeld bij een retour.
D
- Debet en credit
- Bij dubbel boekhouden boek je elke transactie op twee rekeningen: één kant is debet, de andere credit. Beide kanten zijn altijd gelijk.
- Debiteur
- Iemand die jou nog geld schuldig is, meestal een klant met een openstaande factuur.
- Dubbel boekhouden
- Systeem waarbij elke boeking op twee rekeningen wordt vastgelegd. Is gebruikelijk bij bv’s en grotere bedrijven.
E
- Eenmanszaak
- De eenvoudigste rechtsvorm: jij en je bedrijf zijn juridisch één. Je bent persoonlijk aansprakelijk voor schulden.
F
- Factuur
- Het document waarmee je een klant om betaling vraagt. Het moet voldoen aan wettelijke eisen, zoals datum, uniek nummer, btw-bedrag en btw-nummer.
G
- Grootboek
- Het overzicht van alle rekeningen waarop boekingen staan, zoals kas, bank, omzet en kosten.
I
- ICP-opgave
- Opgaaf intracommunautaire prestaties: een overzicht van je zakelijke leveringen en diensten aan klanten in andere EU-landen.
K
- Kleineondernemersregeling (KOR)
- Regeling waarmee ondernemers met een jaaromzet tot €20.000 vrijgesteld kunnen worden van btw-afdracht. Je rekent dan geen btw aan, maar kunt ook geen voorbelasting aftrekken.
- Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
- Extra aftrek op de winst als je in bedrijfsmiddelen investeert binnen bepaalde bedragen.
- KvK-nummer
- Registratienummer bij de Kamer van Koophandel. Verplicht op facturen en op je website.
M
- MKB-winstvrijstelling
- Een percentage van je winst na ondernemersaftrek dat vrijgesteld is van belasting.
O
- Omzet
- Het totaal aan verkopen exclusief btw in een periode. Omzet is niet hetzelfde als winst.
U
- UBL / e-factuur
- Een gestandaardiseerd digitaal factuurformaat waarmee facturen automatisch door software kunnen worden verwerkt.
- Urencriterium
- Je moet minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming besteden (en meer dan de helft van je werktijd) om recht te hebben op ondernemersaftrek.
V
- Voorbelasting
- De btw die je betaalt over zakelijke inkopen. Die mag je in je aangifte aftrekken van de btw die je verschuldigd bent.
W
- Winst
- Omzet min bedrijfskosten. Over de winst betaal je inkomstenbelasting (of vennootschapsbelasting bij een bv).
- Winst- en verliesrekening
- Overzicht van opbrengsten en kosten over een periode. Het verschil is je winst of verlies.
Z
- Zelfstandigenaftrek
- Een vaste aftrek op de winst voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen. De hoogte wordt jaarlijks vastgesteld en loopt af.
- Zzp’er
- Zelfstandige zonder personeel: iemand die voor eigen rekening werkt, meestal als eenmanszaak.